vrijdag 24 november 2017

 ‘Vrijdagmiddag, verdwaald in de Wereld’

Lekker
door: @f

Koos is in diepe slaap gedompeld. De wekelijkse douchebeurt heeft behoorlijk in het energiereservoir gehakt, met als gevolg dat hij nu ligt bij te komen. Op de grote kamer is iedereen rond de televisie verzameld. Nou ja, ze komen er allemaal op af als het programma over de fictieve levens van niet uit elkaar te houden personages begint. Han raakt een beetje in de war als kort na het begin het einde al weer lijkt te komen, maar het is gewoon de overgang naar een volgend moment van onbegrijpelijke  verwikkelingen. Greet komt naast Annie zitten die haar meteen een hand geeft. “Gefeliciteerd,” zegt Annie hartelijk, en Greet bromt: “Ook goede morgen.”
“Wat gaan we eten,” vraagt Annie.
“Lekker,” zegt Greet vastbesloten.
“Maar hoe dan,” dringt Annie aan.
“Je doet het zo,” legt Greet dan uit, “Eerst is het gegroeid en dan is het gebloeid. En dan knappen we het. En dan ga je het eten. Zo moeilijk is het toch niet?” Ze kijkt bestraffend opzij.
Annie knikt een beetje op haar nummer gezet. Ja, als je het zo bekijkt, is het niet moeilijk natuurlijk.
Trees komt met een klein, huppelig dansje ook naar de televisiehoek.
“Het gaat goed, heel goed,” zegt Han dan. En hij steekt zijn duim maar weer eens op. En iedereen tuurt naar  het scherm, waar er wel beweging is, maar er eigenlijk ook niets gebeurt.

 

Gedachten
door: @f

Koos wil niet uit bed. Dat denkt men, tenminste. Hij laat ongenoegen blijken als er aanstalten wordt gemaakt hem te verplaatsen. Liever ligt hij in een beetje schemer te denken, of te soezen of ver, ver weg te kijken. Misschien ziet hij niets of misschien ziet hij iets wat wij allemaal niet kunnen zien en vervult hem dat met groot ontzag, waar hij een beetje stil van wordt. Hij wacht tot hij geroepen wordt ljkt het, maar niemand roept hem nog. Hij eet een beetje zoetigheid van de lepel, maar het doet hem geen merkbaar plezier. Er daalt wel een soort tevredenheid over hem neer. Als er in de grote kamer nog iets te drinken wordt gehaald, schiet Annie rechtop: “Neem je zelf een flesje bier?” vraagt ze. “Ze staan in de kelder, ik was ze vergeten te pakken.”
Dat wordt toegezegd, waarna ook Annie gerustgesteld wegzakt. Karel kijkt nog even op, en glimlacht. “Het zijn de gedachten,” mijmert hij, “de gedachten.”

 

 

 

Erbarme dich
door: @f

Terwijl Koos wordt voorbereid op een terugkeer naar de grote kamer, leest Greet de krant voor. Ze leest op orkaansterkte en van linksboven naar rechtsonder, en alles wat ze tegenkomt onderweg wordt meegenomen. Een koekjesverpakking, een tube tandpatsa, als het letters heeft, wordt de tekst opgelezen.
“Wie is Tante Leny, het is een win-winsituatie en de plantage bij de school gaat door.”
Ze telt hardop de kolommen in de krant. Daarna kijkt ze even op: “Nog acht keer.” stelt ze vast.
Annie en Ans die aan tafel zitten, slapen er ontspannen doorheen, ook al waaien de haren mee met het volume van Greet.
“In een wietplantage is drie  miljoen aangetroffen, Aquafresh geeft u een fris gevoel, maar de daders zijn onvindbaar.”
Dan volgt het filmprogramma dat wordt voorgezongen in plaats van gelezen. Misschien onder invloed van het geluid van de Mattheus Passion die op de achtergrond gezongen wordt.
Han komt binnen en geeft Greet een hand. meer… »

Kluksen
door: @f

“Hoe laat gaan we eten,” heeft Karel tot nu toe elk half uur gevraagd, maar nu is het toch zover.
Het is tomatensoep, met voor Koos een witte boterham erin opgelost. Koos eet geduldig wat hem aangereikt wordt. Tijdens het eten gaat het gesprek voort.
“Hoe heb je geslapen?” informeert Annie in het algemeen.
“Als een roosje,” zegt Karel lachend en voegt er ondeugend aan toe: “En in mijn blootje.”
Greet kijkt kritisch opzij. “Ik was strenger,” zegt ze, “maar ook een lieve vrouw. Zeiden ze.”
Karel houdt betrapt zijn mond even.
Dan komt Annie naar de tafel.”Dag allemaal,” zegt ze vriendelijk.
En Karel kan het niet laten. “Dag alleen!” schatert hij het uit.
Greet kijkt hem aan. “Het geluk staat daar te kijken,” zegt ze een beetje dreigend.
Dan ziet Trees, waar niemand op let, kans om van het paasstukje een namaakvogeltje af te breken en snel in haar mond te stoppen. Met enige moeite lukt het om het daar weer uit te halen, ondanks de hevige protesten van Trees. meer… »

Hiep Hoi
door: @f

Liza is er gewoon maar tussenuit geknepen. Had er schoon genoeg van en weg was ze. Maar haar plaats is snel opgevuld. Aan tafel zit triomfantelijk Karel te stralen. Hij is vrolijk en een beetje luidruchtig en soms een beetje filosofisch en gaat met iedereen het gesprek aan.
“Is alles goed?” vraagt men hem.
“Alles is goed, “ antwoordt hij glimlachend. “Met de woorden, ja., maar met de gedachten moet je het maar afwachten.”
Han vindt het kostelijk, alles wat Karel zegt en lacht hem steeds toe.
“Hee,” zegt Karel, “Je moet geen vuist maken, pas er op, dat doe je niet weer.”
Han is verrast en schiet even in de boze stand. “Kwakwakwakwakwa”, doet hij een eend na terwijl hij Karel pesterig aankijkt.
Maar die wacht op een stilte en roept dan “Ploem!” En lacht weer uit volle borst. Overtroefd lacht Han met hem mee.
“”Hoe vind je het weer,” vraagt Annie, zonder dat duidelijk is wat ze bedoelt. meer… »

Klutskop
door: @f

Koos is nog te bed. Hij is ingewikkeld in doeken, de armen gekruist voor de borst, als was hij een mummie. Raskar Kapak. Al zal zijn woede nooit zo’n hoogte bereiken. Han is al aan tafel, maar  hij steekt geen duim op. Op een vrolijk ‘Goedenmorgen’ komt nu een duistere blik terug. “Maar helaas niet voor ons,” zegt hij dreigend.
Als er mild wordt geprotesteerd, onsteekt hij in echte woede. “Je bent een klutskop, weet je dat?”
Han staat op en slaat eerst hard op tafel. Dan op de uitgestoken hand. “Je bent de grootste klootzak die er is!” meer… »

Eksterogen
door: @f

Uit de huiskamer van Koos klinkt piano- en vioolmuziek, en sturend wijst de voorzanger het muzikale pad: Het Zonnetje schijnt zo heerlijk schoon /’t Vogeltje zingt op held’re toon /’t Windje suist zo zacht /Ja het zingt met ons mee /In de weide dartlet het jolige vee /Lustig klint mijn lied /Wie zingt met mij mee.
Koos niet. Koos zit in een andere kamer, ver weg van de gedempte vrolijkheid. Koos reageert nogal afkeurend op drukte. “Prikkels,” schudt iemand het hoofd. In klank en gebaar protesteert Koos ergens tegen, maar omdat hij zijn trui niet over het hoofd wil laten trekken, moet hij nog even wachten. Pas als de muzikanten naar een andere lokatie verhuizen mag hij terug. Uit protest valt hij meteen in diepe slaap.
De anderen zitten een beetje verpletterd aan tafel. Er is een stevig beroep op hun stembanden gedaan en daarom zwijgen ze nu. Trees probeert een koekje uit de trommel te snaaien die dan ook uitnodigend open staat, misschien voor de muzikanten. Als de trommel wordt weggeschoven wordt ze boos en zegt pruttelend: “koekoekoekoekoekoekoekoekoekoekoekoekjes!” Maar niemand slaat er acht op. meer… »

Vraagteken
door: @f

Koos kauwt met grote aandacht op de soep, of wat daarin dan enige stevigehid bezit. Het middagmaal is geserveerd en Liza is een gevecht verwikkeld met een stukje ei dat met teveel zout in haar keel is beland. Na veel hoesten is ze eruiten zegt dan verontwaardigd: “Ik laat me niet zo maar onder tafel schuiven! Maar het is niet prettig om zo gestikt te worden!”
Boven haar hangen nog de slingers van haar verjaardag, gisteren, en nu blijkt ook dat Koos cake voor bij de tomatensoep heeft bewaard.
Liza is nog steeds uit haar hum over het haar aangeboden eten: “Dat is de narigheid! Dat ze zeggen dat het lekker is.”
Han zet ondertussen zijn tanden in het bestek, maar dat wordt hem ten sterkste afgeraden.
Annie zit achterstevoren aan tafel, waardoor veel van wat er gezegd wordt zich aan haar waarneming, maar niet aan haar gehoor onttrekt. Ze haakt op alles wat gezegd wordt in met goede raad en kalmerende zinnen. Ans heeft haar stoel met wielen gekeerd en duwt zich nu achterwaarts in de stoel de kamer rond, tot ze met een klap tegen Annie tot stilstand komt. Annie blijft kalm en zegt: “Goedenmiddag allemaal!”
Dan gaat Liza even liggen en is de maaltijd afgelopen. Han spuugt een hard stukje van iets terzijde op de grond. Greet staat op en zegt: “Ik heb een vraagteken.” meer… »

Zalig
door: @f

Koos is nog te bed, em laat zich met moeite uit de omarming van dekens en kussens losmaken. Maar dan vindt hij troost in zoetigheid en drinken.
Annie klaagt dat ze naar haar zusje Toosje moet, maar niet kan omdat ze in de stoel zit opgesloten. Daar moet Greet erg om gniffelen. Er is een meneer binnengewaaid die met grote vanzelfsprekendheid aan tafel plaatsneemt en even later met hetzelfde gemak weer vertrekt, onopgemerkt door de dames, behalve door Trees, die tegen hem zegt, als hij zich verwijdert: “Zal ik eens even kijken?”
De meneer maakt geen gebruik van het aanbod en schuifelt naar de gang. Liza doet net of ze met haar gedachten in slaap is en bemoeit zich nergens mee en Ans probeert het gips van haar arm af te halen. meer… »

Ze loopt niet weg
door: @f

Koos ligt in bed en staart wakker naar het plafond. Pas als hij met de machine uit het bd wordt geslingerd, kijkt hij vrolijk opzij. Hij heeft prachtige wandelschoenen aan gekregen, maar hij zal ze vandaag niet gebruiken. Het is slecht weer. En trouwens, wandelen is vervangen door wielen.
Elders staan de mensen in rijen bij de deur als eerbetoon aan iemand die wordt weggereden, dus er moet worden opgelet dat Trees het niet ziet, want die wordt daar onrustig van.
In de kamer is Annie blij verrast met de binnenkomst en zegt, wijzend naar het keukentje:
“Kijk, de koffie loopt.” meer… »

A-l-t-i-j-d
door: @f

Koos slaapt. Ondanks dat er een klein kind tegenover hem zit dat zijn aandacht probeert te trekken. Maar zijn staat van onthechting wordt steeds groter en hij reageert er gewoon niet op. Of misschien is hij in gedachten bij Christine.
Christine schoof nog wel door de gangen, maar ging steeds meer overhellen. Ze hing op een gegeven moment zo ver uit het lood dat een kanteling onvermijdelijk was. Ze droeg de blauwe plek op haar hoofd in triomf rond, maar toch moest ze gaan liggen.” S-l-a-p-e-n,” gaf ze toe. En vragend:  ”a-l-t-i-j-d?” meer… »

Liniaal
door: @f

Koos neemt de voorbereiding op de grote slaap steeds ernstiger. Hij ligt achterover in zijn stoel en oefent soms urenlang. De anderen merken dat niet echt op. Annie heeft vanavond een kinderfeestje, zegt ze, en kan dus niet al te lang meer blijven. Even kijkt ze naar Koos. “Laat hij wat los?” vraagt ze.
Nee, veel laat hij niet los, ook niet als hij ondervraagd wordt, of misschien is hij wel bezig alles los te laten.
“Ineens schrikt Annie op en kijkt om zich heen: “Is mijn zusje al weg?” vraagt ze angstig. “Dan ga ik ook op huis aan.”
Greet kijkt even zwaar van onder haar wenkbrauwen naar de onrust en zegt. “Ja, en ik moet koken. Ik moet ook alles alleen doen!”
Annie vraagt haar vriendelijk: “Wil je een pilsje?” maar Greet is in gedachten bij het eten en schudt krachtig nee.
Op TV wordt een honderdjarige kleuterjuf geïnterviewd. De verslaggever vraagt naar haar pedagogische opvattingen.
Uit het niets zegt Greet met zware stem: “In de bank zitten en anders met de liniaal geven!”
Annie is net bezig om via schommelende bewegingen met haar voeten in een, twee, drie, vier, vijf keer uit haar stoel te komen, maar laat zich betrapt weer terugzakken. “Willen is kunnen,” mompelt ze, maar ze gaat het zo te zien niet wagen weer in beweging te komen.
Trees heeft inmiddels een trui gevonden en probeert haar hoofd via een mouw naar buiten te wurmen.  Annie kijkt beschroomd naar beneden en mompelt: “Maar waar is mijn jas?”
En Koos droomt in zorgeloze onschuld.