vrijdag 24 november 2017

 ‘Verloren Poëzie’

De tijd (algemeen)
door: TV

Eigenlijk
Heb ik
Geen tijd
Om
De tijd
Te nemen

Zomertijd

Daar gaan ze weer
Die wijzers.
Dan weer
Naar achteren
Dan weer
Naar voren.

Het is om
Dol van te worden.

Blijven we
Zo bezig ?

Boekenweek

Kees van Kooten
Als conducteur
Op de trein.

Waar is de tijd
Dat je al
Bij voorbaat
Wist dat dat
Láchen
Werd ?

O boek,
Verkoop
Jezelf.

Bed (4)

Er zijn mensen
Die des morgens
Blijmoedig
De dekens afwerpen
En zingend en
-Ook nog- fluitend
De dag in
Springen.

Die mensen
Die zijn er.

Bed (3)

Van geur
En zweet
Doortrokken
En toch
Lokt
Het bed
Meer
Dan alles
Er omheen.

 

Bed (2)

Dat je opstaat
En je al
Weet
Dat je na een
Lange en
Moeizame
Dag
Je je weer
Klaar maakt
Voor de
Nacht.

Het bed
Is het
Leven
Zelf

 

 

Bed

Opeens,
Dat je bedenkt
Dat een deel
Van het bed
Oók voor
Jezelf is.

Een angstaanjagend
Vreugdevol
Beeld

 

Bekend

Gebogen over straat
De vragende blikken
Is u niet of
U lijkt zo op

De doem van het succes
De ontluistering van het
Publiek bezit
Het inleveren van alles
Wat je zelf zou willen
Houden en
Voor jezelf.

Wanneer gebeurt dat dan eens
Eindelijk ?

 

Erkend

Gisteren verweet mij
Een vrouw
Dat ik schreef.
En ook nog gedichten.
En over niets.
En ook
Stelde het
Niets voor.

Niet elke herkenning
Is meteen
Erkenning

 

 

Herkend

Opeens
Aangesproken
Op je woorden

Je stem valt stil
Terwijl je toch wil
Dat men je hoorde.

Onbekend

Hoewel een dichter
Dicht voor publiek
Blijft hij
Het liefst
Onbekend

Beter dat men
Iets
Dan dat men
Hem
Herkent.

 

Eten (4)

Als ik eten
Op een bedje wil

Laat ik
Het wel
Thuisbezorgen!

O voedsel,
waar is het bord.