vrijdag 24 november 2017

Uitjes


De zin die begint met: Ik wil me nergens mee bemoeien, máár. En achter dat `maar’ komt er dan van alles, vaak te veel om meteen te behappen. Tegen mij wordt het dikwijls gezegd: Ik wil me nergens mee bemoeien, máár. Ik denk dan altijd over de verkeerde dingen na, bijvoorbeeld over het uitgangspunt dat als je je niet ergens mee wilt bemoeien, je dat dan ook niet doet. Aan het meeste wat ik niet wil, begin ik niet. Dat hoort bij willen en niet willen. Er is nog meer aan de hand met `Ik wil me nergens mee bemoeien, máár’. Het gaat meestal over een handeling of iets wat je beweert. De ander heeft daar een opvatting over en steekt die niet onder stoelen of banken, want: Ik wil me nergens mee bemoeien, máár. Soms komen die woorden als mosterd na de maaltijd. Voorbeeldje: een paar dagen geleden zat ik in de huiselijke kring bij wijze van lunch twee haringen te eten. Op bruin brood. Met veel uitjes en zuur erbij. Lekker! Toen ik daarmee klaar was, vroeg de huiselijke kring: `Zeg, je hebt dadelijk toch een interview?’ Ik knikte terwijl ik met een servet het gebied rond mijn mond reinigde. De huiselijke kring vervolgde: `In die niet zó grote radiostudio?’ Weer knikte ik en ik overwoog een glas koude jenever te nemen, want dat hoort er eigenlijk bij, bij haring. Maar ik zag er vanaf, want ik wilde lekker fris dat interview ondergaan. Toen kwam: `Ik wil me nergens me bemoeien, máár dan had ik hier toch geen haring met uitjes zitten eten. Is nogal aangenaam voor die interviewer!’ Dan raak ik dus in de war en op slot.

 

 

Reageer

Reacties